Ode aan een moeder

Ode aan een moeder

De Nijmeegse Agnes Beekman-Mulder (62) zorgde jaren voor haar moeder en helpt nu andere mantelzorgers die het zwaar hebben. “Meedeinen in haar wereld maakte de situatie lichter.”

Tekst Raïssa Soeter Foto Ralph Schmitz

“Ik groeide op in het Waterkwartier en ben daar, net als mijn moeder, altijd blijven wonen. Het is mijn veilige haven, zonder deze plek ben ik niet compleet. Vroeger woonden er alleen maar arbeidersgezinnen. We waren allemaal even arm, of even rijk, net hoe je het bekijkt. Er was veel saamhorigheid. Als je iets niet had, dan kon je het lenen van de buren. Er waren altijd kinderen om mee te spelen en het was veilig, want iedereen lette op elkaar.

Mijn vader is jong gestorven. Hij had een drankprobleem wat er mede voor zorgde dat mijn ouders zijn gescheiden. Dat was in die tijd heel wat. We waren met zeven kinderen en nog drie pleegkinderen, want mijn moeder kon het niet aanzien als kinderen aan hun lot werden overgelaten. Om het gezin financieel overeind te houden, had ze allerlei baantjes. In de visfabriek, bij V&D en ze verdiende ook geld door te poetsen en bladen rond te brengen.

Ze moet met zoveel kinderen slapeloze nachten hebben gehad maar je merkte het nooit aan haar als iets tegenzat. Ze had de gave om altijd optimistisch te zijn. Als kind vond ik het vreselijk dat ze ’s ochtends al vrolijk aan het zingen was, haha. In mijn puberteit waren we water en vuur, vooral omdat aan haar regels niet te tornen viel. Later kreeg ik veel ontzag voor haar. Ze was een doorzetter en maakte ondanks alles altijd tijd voor ons vrij.

Toen ze op latere leeftijd dementie kreeg, was het onze beurt om goed voor haar te zorgen. Ik vond dat vanzelfsprekend. Het mantelzorgen moest wel met beleid gebeuren, want alle veranderingen waren emotioneel zwaar voor haar. Op heldere momenten had ze door dat ze zichzelf verloor. Dementie is een verschrikkelijke ziekte. Het houdt niet op en het gaat niet over. Meedeinen in mijn moeders wereld maakte de situatie voor iedereen lichter. Als takken in de wind, zodat ze niet breken.

Ik raakte mijn moeder in die jaren kwijt maar ik besloot er nog een mooie tijd van te maken samen. Ze zong vroeger opera dus luisterden we naar klassieke muziek, en we dansten. Dan zette ik haar op mijn voeten. We maakten wandelingen, aten samen, gingen naar het tuincentrum en ik las haar voor. Op een gegeven moment ging het niet meer thuis. Ze kreeg vaker een delier en had waanbeelden dat kinderen onder haar tafel woonden en geen eten hadden. Ze liep ’s nachts ook steeds vaker weg. We verhuisden haar naar De Globe, een fijne beschermde woonomgeving. Een half jaar later overleed ze op 91-jarige leeftijd.

Ik heb gehuild als een klein kind. Ik mis haar verschrikkelijk maar besef ook dat ik mijn moeder lang bij me heb gehad. En ze is er nog, in mijn hoofd en in mijn hart. Dat mijn oudste zoon en schoondochter hun pasgeboren meisje naar haar vernoemd hebben, zou haar diep ontroerd hebben. Dat er bijna honderd jaar later weer een Anna is geboren, vind ik geweldig. Prachtig hoe je van generatie op generatie dingen doorgeeft en overdraagt. Een blik, manieren, waarden.

Het lukt niet altijd maar ik probeer mijn moeders optimisme vast te houden. Als vrijwilliger van Hulpdienst Nijmegen help ik nu andere mantelzorgers door een luisterend oor te bieden en met ze mee te denken. Het geeft me energie en ik heb er mooie mensen door ontmoet. De mensheid is één grote kudde. Ik zie het als mijn plicht om, op wat voor een manier dan ook, zorg te dragen voor elkaar.”



LEES SPRINGLEVEND024 ONLINE!